Bookmark and Share

Paus Franciscus: 'Alles kan voor wie gelooft'

25-02-2018
Home >>

Tijdens de algemene audiëntie van 14 februari sprak paus Franciscus over het Credo en de voorbeden.

Beste broeders en zusters, goedemorgen!

Goedemorgen, ook al is het een beetje slecht weer vandaag. Maar als de geest vreugdevol is, is het altijd een goede dag. Dus goedemorgen! Vandaag speelt de audiëntie zich op twee plekken af: een kleine groep zieken bevindt zich vanwege het weer binnen, en wij zijn hier. Maar wij zien hen en zij zien ons op een groot scherm. Laten we hen met applaus begroeten.

Het Woord van God verandert harten!

We gaan verder met de catechese over de Mis. Het luisteren naar de Bijbelse lezingen, doorgetrokken in de preek, waar is dit een antwoord op? Het is een antwoord op een recht: een geestelijk recht van het volk van God om de schat van het Woord van God in overvloed te ontvangen (vlg. Intr. Lectionarium, 45). Ieder van ons heeft, wanneer hij naar de Mis gaat, het recht om het Woord van God in overvloed te ontvangen: goed gelezen, goed uitgesproken en vervolgens, goed uitgelegd in de preek. Dat is een recht! En wanneer het Woord van God niet goed wordt voorgelezen, en niet met vuur wordt gepredikt door de diaken, de priester of de bisschop, schiet men tekort wat betreft dit recht van de gelovigen.

Wij hebben het recht om naar het Woord van God te luisteren. De Heer spreekt voor iedereen, herder en gelovigen. Hij klopt op het hart van degenen die deelnemen aan de Mis, ieder met zijn eigen levensstaat, leeftijd, situatie. De Heer troost, roept en wekt loten op van nieuw en verzoend leven. En dat alles door middel van zijn Woord. Zijn Woord klopt op ons hart en verandert harten!

Credo

Daarom biedt een moment van stilte, na de preek, het ontvangen zaadje de kans neer te dalen in je geest, zodat wat de Geest aan ieder van ons aanreikt vaste grond kan krijgen. De stilte na de preek. Een goed moment van stilte moet er dan zijn, en ieder van ons moet overdenken wat hij heeft gehoord.

Hoe gaat de Mis na deze stilte verder? Het persoonlijke antwoord van geloof wordt ingevoegd in de geloofsverkondiging van de Kerk, uitgedrukt in het ‘Credo’. Wij belijden allemaal het Credo tijdens de Mis. Uitgesproken door de hele gemeenschap, is het Symbolum een gezamenlijke antwoord op wat we samen door het Woord van God gehoord hebben (vlg. de Catechismus van de katholieke Kerk, 185-197).

Het geloof wordt gevoed door de prediking

Er bestaat een vitale verbinding tussen de prediking en het geloof. Het geloof ontspruit dan ook niet aan de fantasie van menselijke gedachten, maar, zoals de apostel Paulus zegt, “door de prediking, en de prediking geschiedt in opdracht van Christus” (Rom. 10,17). Het geloof wordt dus gevoed door de prediking en leidt naar het Sacrament. Zo zorgt het uitspreken van het Credo ervoor dat het de liturgische gemeenschap ““de grote mysteries van het geloof in herinnering brengt en deze belijdt, voordat met de viering ervan in de Eucharistie wordt begonnen” (Algemeen Statuut van het Romeins Missaal, 67).

Het Symbolum van het geloof verbindt de Eucharistie met het Doopsel dat we ontvangen hebben “in naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest”, en herinnert eraan dat de sacramenten verstaan moeten worden in het licht van het geloof van de Kerk.

De voorbeden

Het antwoord op het Woord van God waar met geloof naar geluisterd wordt, wordt vervolgens uitgedrukt in de gezamenlijke afsmeking, de voorbeden genoemd, omdat daarmee de noden van de Kerk en de wereld worden omarmd (vlg. intr. Lectionarium, 30-31). Het wordt ook wel het Gebed van de gelovigen genoemd.

De concilievaders van Vaticanum II hebben dit gebed na het Evangelie en de preek opnieuw willen invoeren, vooral op de zondagen en de hoogfeesten, zodat “samen met het volk wordt gebeden voor de heilige Kerk, voor hen die gezag over ons uitoefenen, voor hen die gebukt gaan onder allerlei noden, alsook voor alle mensen en het heil van heel de wereld” (Sacrosanctum Concilium, 53, vlg. 1 Tim. 2,1-2).

Verhoor ons

Daarom biedt het volk, onder leiding van de priester die opent en afsluit, “God in de uitoefening van het priesterschap krachtens het doopsel zijn smeekbeden aan voor het heil van allen” (Algemeen Statuut van het Romeins Missaal, 69). En na de afzonderlijke intenties, uitgesproken door de diaken of door een lector, verenigd de gemeenschap zich met één stem in gebed: “Wij bidden U, verhoor ons”.

Denk maar aan wat de Heer Jezus ons heeft gezegd: “Als gij in Mij blijft en mijn woorden in u blijven, vraagt dan wat gij wilt en gij zult het krijgen” (Joh. 15,7). ‘Maar wij geloven dat niet, want wij hebben weinig geloof.” Maar als wij maar geloof zouden hebben als een mosterdzaadje, zegt Jezus, zouden wij alles hebben ontvangen. “Vraag wat jullie willen en jullie zullen het verkrijgen.”

Kom mijn ongeloof te hulp

En het moment van de voorbeden na het Credo is hét moment om tijdens de Mis aan de Heer de krachtigste dingen te vragen, de dingen waar wij het meest behoefte aan hebben, wat we willen. “Gij zult het krijgen.” Op de een of op de andere manier, maar “gij zult het krijgen”. “Alles kan voor wie gelooft”, zei de Heer. Wat antwoordde die man tot wie Jezus zich richtte met deze woorden – alles kan voor wie gelooft - ? Hij zei: “Ik geloof Heer, kom mijn ongeloof te hulp.”

Ook wij mogen zeggen: “Heer, ik geloof. Maar kom mijn ongeloof te hulp.” De pretenties van de wereldse logica stijgen daarentegen niet naar de hemel op, net zoals ook op zichzelf gerichte verzoeken niet worden gehoord (vlg. Jac. 4,2-3).

De intenties waarvoor het gelovige volk wordt gevraagd te bidden, moeten uiting geven aan de concrete noden van de geloofsgemeenschap en van de wereld, waarbij conventionele en kortzichtige formuleringen vermeden moeten worden. De voorbeden waarmee de dienst van het woord wordt afgesloten, moedigen ons aan om ons de blik van God, die zorgt voor al zijn kinderen, eigen te maken. (Vert. SvdB)

Terug

Reacties

Nog geen reacties

Reageer