Bookmark and Share

Johannes de Doper richtte het oog op Jezus die voorbijging en sprak: Zie het Lam Gods.

14-01-2018, 2E ZONDAG DOOR HET JAAR B

Meer lezingen, klik hier

VAN OKTOBER 2017 - JUNI 2018 VIERT ONZE DIONYSIUSPAROCHIE HAAR 150-JARIG BESTAAN !!!

17 januari: Antonius en het varken

16-01-2017
Home >>

Joos van Craesbeeck - De temptatie van Sint Antonius (1650)

Tot diep in de Middeleeuwen was het een algemeen verschijnsel, dat varkens losliepen in de veelal modderige straten van zowel dorpen als steden. Om begrijpelijke redenen gaf dat met name in een stad veel overlast, viezigheid en stank. Langzaam maar zeker begonnen schout en schepenen het loslopen van varkens te verbieden, vooral om hygiënische redenen. Het duurde echter meer dan een eeuw voordat alle steden gehoor gaven aan dit gebod en dat wilde niet eens zeggen, dat de mensen er zich aan hielden. Pas toen de bestuurderen er toe overgingen strenge straffen uit te delen, zoals verbeurdverklaring van het beest, kregen de stedelijke straten een wat beter aanzien. Wat de varkens betreft moeten we niet denken aan de gladde, 'opgefokte' vleesproducten van de huidige bio-industrie, maar aan kleinere, flink behaarde beesten, die meer op wilde zwijnen leken. Ze waren bovendien sterker van constitutie en vooral ook grimmiger en gevaarlijker dan hun tegenwoordige equivalenten.

Het verbod van schout en schepenen m.b.t. het laten loslopen van varkens gold overigens niet onverbiddelijk voor alle wroeters. In het algemeen maakte men uitzonderingen ten aanzien van drie categorieën: Antonius-varkens, Cornelius-varkens en Hubertus-varkens. Dat waren dieren die aan de kerk, een klooster of ook wel aan de gemeenschap toebehoorden. Ook na de inwerkingtreding van bovengenoemd verbod, bleven deze beesten, per stad zo'n tien à twaalf, het Middeleeuwse straatbeeld beheersen en verpesten, want niet zelden was er een aanwijsbaar verband tussen de loslopende varkens en het uitbreken van de pest. De aan een heilige toegewijde varkens voedden zich voornamelijk met huisafval, dat de burgers door de ramen naar buiten kieperden. Dit had voor hen twee voordelen. Op de eerste plaats raakten ze op een simpele manier hun rommel kwijt en in tweede instantie deden ze een werk van barmhartigheid. In de wintermaanden werden de varkens immers gevangen en verkocht, waarna de opbrengst verdeeld werd onder de armen. Naar aanleiding van dit feit neem ik de vrijheid, verband te leggen tussen deze 'offerdieren' en ons huidige spaarvarken. In de varkens uit de Middeleeuwen stopte men wat van de eigen overvloed, zij het dan in de vorm van etensresten; hedendaagse kinderen doen het geld wat ze overhebben in een spaarpot, die niet zelden de vorm heeft van een varken. Met name in sommige delen van Vlaanderen bestaat nog de gewoonte om op of omstreeks 17 januari, de feestdag van de H. Antonius, varkenskoppen bij opbod te verkopen. Het geld gaat naar de kerk of naar een ander goed doel. St. Antonius Abt wordt in verband gebracht met het varken, omdat de duivel hem in de gedaante van een zwijn probeerde te verleiden. De heilige kluizenaar leefde in de derde eeuw.

Patroonsfeest: 17 januari.  

Terug

Reacties

Nog geen reacties

Reageer