Bookmark and Share

Onze Heer Jezus Christus, eeuwige Hogepriester - Donderdag na Pinksteren - Feest

Antifoon bij de intrede (Vgl. Hebr. 7, 24; 9, 15)

Het priesterschap van Christus, Middelaar van een nieuw verbond, is eeuwig, omdat Hij in eeuwigheid blijft.

Het "Eer aan God" wordt gezegd of gezongen

Collecta-gebed

Laat ons bidden. God, tot glorie van uw majesteit en tot heil van het menselijk geslacht hebt Gij uw Eniggeborene aangesteld tot eeuwige Hogepriester; laat hen die Hij heeft uitgekozen als bedienaren en uitdelers van zijn geheimen, door de rijke gave van de Geest trouw bevonden worden in de vervulling van het dienstwerk dat zij hebben aanvaard. Door onze Heer... Amen.

Jaar A

Eerste lezing (Gen. 22, 9-18 (vgl. A 69) - "Het offer van onze aartsvader Abraham."

Uit het boek Genesis.
In die dagen bereikten Abraham en Isaak de plaats die God hun had aangewezen en Abraham bouwde daar een altaar, stapelde er het hout op, bond zijn zoon Isaak vast en legde hem op het altaar, boven op het hout. Toen Abraham echter zijn hand uitstak naar het mes om daarmee zijn zoon de keel afte snijden, riep de engel van de Heer hem vanuit de hemel toe: "Abraham, Abraham!" En hij antwoordde: "Hier ben ik." Hij zei: "Raak de jongen met geen vinger aan en doe hem niets! Ik weet nu dat gij God vreest, want gij hebt Mij uw enige zoon niet willen onthouden." Abraham keek om zich heen en bemerkte een ram, die met zijn horens in het struikgewas vastzat. Hij greep de ram en droeg die als brandoffer op in plaats van zijn zoon. Abraham noemde de plaats: de Heer zal erin voorzien; vandaar dat men nu nog zegt: Op de berg van de Heer zal erin voorzien worden. Toen riep de engel van de Heer voor de tweede maal uit de hemel tot Abraham en zei: "Bij Mijzelf heb Ik gezworen - zo spreekt de Heer -, omdat gij dit gedaan hebt en Mij uw eigen zoon niet hebt onthouden, daarom zal Ik u overvloedig zegenen en uw nakomelingen talrijker maken dan de sterren aan de hemel en de zandkorrels op het strand van de zee. Uw nakomelingen zullen de poort van hun vijand bezitten. Door uw nakomelingen komt zegen over alle volken van de aarde, omdat gij naar Mij hebt geluisterd."
Woord van de Heer.
Wij danken God.

Antwoordpsalm (Ps. 40 (39), 7-8a.8b-9.l0-11ab.17)

Refr.: Zie, ik kom, Heer, om uw wil te doen.

Gij hebt geen offer of geschenk gewild,
Gij hebt mijn oor geopend;
Gij vraagt geen brandoffer, geen zoenoffer van mij,
dus zei ik: 'Ja, ik kom!'

Want in de boekrol staat van mij geschreven
dat ik uw wil volbreng.
Mijn God, dat is het wat ik wil,
uw wet staat in mijn hart geschreven.

Aan velen heb ik uw rechtvaardigheid bekendgemaakt,
ik hield mijn lippen niet gesloten, Heer, Gij weet het.
Nooit heb ik uw rechtvaardigheid verborgen in mijn hart,
uw trouw, uw bijstand heb ik steeds verkondigd.

Laat jubelen van blijdschap die U zoeken
en steeds getuigen: 'Groot is God!' ,
die uitzien naar uw heil.

OFWEL

Eerste lezing (Hebr. 10, 4-10 (vgl. IV 20) - "In de boekrol staat er over mij geschreven: ik ben gekomen, o God, om uw wil te doen."

Uit de Brief aan de Hebreeën.
Broeders en zusters, het is uitgesloten dat het bloed van stieren en bokken zonden zou wegnemen. Daarom zegt Christus dan ook, als Hij in de wereld komt: "Slachtoffers en gaven hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt voor Mij een lichaam bereid. Brandoffers en zoenoffers konden U niet behagen. Toen zei Ik: Hier ben Ik. Zoals er in de boekrol over Mij geschreven staat: Ik ben gekomen, o God om uw wil te doen." Eerst zegt Hij: "Slachtoffers en gaven, brandoffers en zoenoffers hebt Gij niet gewild, die konden U niet behagen", hoewel de wet voorschrijft dat ze gebracht moeten worden. En dan zegt Hij: "Hier ben Ik, Ik ben gekomen om uw wil te doen". Hij schaft dus het eerste af om het tweede te laten gelden. Door die wil zijn wij geheiligd, eens voor al, door het offer van het lichaam van Jezus Christus.
Woord van de Heer.
Wij danken God.

Alleluia (Fil. 2, 8-9)

Alleluia.
Christus is voor ons gehoorzaam geworden tot de dood, tot de dood aan een kruis. Daarom heeft God Hem hoog verheven en Hem de naam verleend die boven alle namen is.
Alleluia.

Evangelie (Mt. 26, 36-42 (vgl. A 58) - "Ik ben bedroefd tot stervens toe."

+ Uit het heilig evangelie volgens Matteüs.
Toen Jezus met zijn leerlingen aan een landgoed kwam dat Getsemane heette, sprak Hij tot zijn leerlingen: "Blijft hier zitten, terwijl Ik ginds ga bidden." Petrus en de twee zonen van Zebedeüs nam Hij echter met zich mee. Hij begon bedroefd en beangst te worden. Toen sprak Hij tot hen: "Ik ben bedroefd tot stervens toe. Blijft hier en waakt met Mij." Nadat Hij een weinig verder was gegaan, wierp Hij zich plat ter aarde en bad: "Mijn Vader, als het mogelijk is, laat deze beker Mij voorbijgaan. Maar toch: niet zoals Ik wil, maar zoals Gij wilt." Toen ging Hij naar zijn leerlingen en vond hen in slaap; en Hij sprak tot Petrus: "Ging het dan uw krachten te boven één uur met Mij te waken? Waakt en bidt, dat gij niet op de bekoring ingaat. De geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak." Hij verwijderde zich voor de tweede keer en weer bad Hij: "Vader, als het niet mogelijk is dat die beker voorbijgaat zonder dat Ik hem drink: dat dan uw wil geschiede."
Woord van de Heer.
Wij danken God.

Jaar B

Eerste lezing (Jer. 31, 31-34 (vgl. B 52) - "Ik zal een nieuw verbond sluiten en aan hun zonden niet meer denken.”

Uit het Boek van de profeet Jeremia.
Er komt een tijd - godspraak van de Heer - dat Ik met Israël een nieuw verbond sluit. Geen verbond zoals Ik met hun voorvaderen gesloten heb, toen Ik hen bij de hand heb genomen om hen uit Egypte te leiden. Want dat verbond hebben zij verbroken, ofschoon Ik hun meester was - godspraak van de Heer -. Dit is het nieuwe verbond dat Ik in de toekomst met Israël sluit: Ik leg mijn wet in hun binnenste, Ik grif ze in hun hart. Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn. Dan hoeft niemand een ander nog voor te houden: Leer de Heer kennen. Want iedereen, groot en klein, kent Mij dan - godsspraak van de Heer-. Dan vergeef Ik hun misstappen, Ik denk niet meer aan hun zonden.
Woord van de Heer.
Wij danken God.

Antwoordpsalm (Ps. 110 (109), 1b-e.2.3 (vgl. lI 29)

Refr.: Gij zijt voor eeuwig priester als Melchisédek.

De Heer sprak tot mijn heer:
zit aan mijn rechterhand;
Ik leg uw vijanden als voetbank voor uw voeten.

Uit Sion reikt de Heer de scepter van uw macht:
regeer te midden van uw tegenstanders.

Uw volk staat om u heen in blanke wapenrusting,
de jongemannen op het veld als morgendauw.

Gezworen heeft de Heer, het zal Hem niet berouwen:
Gij zijt voor eeuwig priester als Melchisédek.

OFWEL

Eerste lezing (Hebr. 10, 11-18 (vgl. II 29) - "Christus heeft door één offer voor altijd hen die zich laten heiligen tot volmaaktheid gebracht. "

Uit de Brief aan de Hebreeën.
Broeders en zusters, iedere hogepriester verricht dagelijks staande de dienst en draagt telkens weer dezelfde offers op, die nooit de zonden kunnen wegnemen. Christus daarentegen is voor altijd gezeten aan de rechterhand van God na één enkel offer voor de zonden te hebben gebracht, nog slechts wachtend op het ogenblik dat zijn vijanden worden gemaakt tot een voetbank voor zijn voeten. Want door één offer heeft Hij voor altijd hen die zich laten heiligen tot volmaaktheid gebracht. We hebben hiervoor ook het getuigenis van de Heilige Geest. Eerst zegt Hij: "Dit is het verbond dat Ik met hen zal sluiten na die dagen, zegt de Heer: Ik zal mijn wetten in hun hart leggen, Ik grif ze in hun geest." En hieraan voegt Hij toe: "Ik zal hun zonden en ongerechtigheden niet langer gedenken." En waar deze vergeven zijn, is geen zoenoffer meer nodig.
Woord van de Heer.
Wij danken God.

Alleluia (Hebr. 5, 8-9)

Alleluia.
Hoewel Hij de Zoon was, heeft Hij in de school van het lijden gehoorzaamheid geleerd; en toen Hij het einde had bereikt, is Hij voor allen die Hem gehoorzamen oorzaak geworden van eeuwig heil.
Alleluia.

Evangelie (Mc. 14, 22-25 (vgl. B 112) - "Dit is mijn Lichaam. Dit is mijn Bloed."

+ Uit het heilig Evangelie volgens Marcus.
Op de eerste dag van het ongedesemde brood, de dag waarop men het paaslam slacht, nam Jezus onder de maaltijd brood, sprak de zegen uit, brak het en gaf het hun, met de woorden: "Neemt, dit is mijn Lichaam." Daarna nam Hij de beker en na het spreken van het dankgebed reikte Hij hun die toe en zij dronken allen daaruit. En Hij sprak tot hen: "Dit is mijn Bloed van het Verbond, dat vergoten wordt voor velen. Voorwaar, Ik zeg u: Ik zal niet meer drinken van wat de wijnstok voortbrengt , tot op de dag waarop Ik het, nieuw, zal drinken in het Koninkrijk van God."
Woord van de Heer.
Wij danken God.

Jaar C

Eerste lezing (Jes. 6, 1-4.8 (vgl. IV 218) - "Heilig, Heilig, Heilig, de Heer van de hemelse machten."

Uit het Boek van de profeet Jesaja.
In het sterfjaar van koning Uzzia zag ik de Heer, gezeten op een hoge en verheven troon; de sleep van zijn kleed bedekte heel de vloer van de tempel. Serafs stonden om Hem heen; ieder met zes vleugels; twee om het aangezicht, twee om de voeten te bedekken, en twee om te vliegen. En zij riepen elkander toe: "Heilig, heilig, heilig, de Heer van de hemelse machten! Heel de aarde is vol van zijn glorie!" Het luide roepen deed de drempels in hun voegen schudden en het heiligdom stond vol rook. Daarop hoorde ik de Heer zeggen: "Wie moet Ik zenden? Wie zal er voor ons gaan?" En ik antwoordde: "Hier ben ik: zend mij!"
Woord van de Heer.
Wij danken God.

Antwoordpsalm (Ps. 23 (22), 2-3.5.6 (vgl. IV 223)

Refr.: De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort.

Hij laat mij weiden op groene velden.
Hij brengt mij aan water, waar ik kan rusten,
Hij geeft mij weer frisse moed.

Gij nodigt mij aan uw tafel
tot ergernis van mijn bestrijders.
Met olie zalft Gij mijn hoofd,
mijn beker is overvol.

Voorspoed en zegen verlaten mij nooit
elke dag van mijn leven.
Het huis van de Heer zal mijn woning zijn
voor alle komende tijden.

OFWEL

Eerste lezing (Hebr. 2, 10-18) - "Hij die heiligt en zij die geheiligd worden hebben één en dezelfde oorsprong."

Uit de Brief aan de Hebreeën.
Broeders en zusters, het was passend dat God, einde en oorsprong van alles, wilde Hij vele kinderen de hemelse heerlijkheid binnenleiden, ook de aanvoerder die hen redt, door lijden tot de voleinding bracht. Want Hij die heiligt en zij die geheiligd worden hebben één en dezelfde oorsprong; daarom schrikt Hij er ook niet voor terug hen zijn broeders te noemen, wanneer Hij zegt: Ik zal uw naam verkondigen aan mijn broeders en uw lof zingen midden in de gemeente; en opnieuw: Ik zal Mij geheel op Hem verlaten; en nog eens: Hier ben ik met de kinderen die God mij gegeven heeft. De kinderen van één familie hebben deel aan hetzelfde vlees en bloed; daarom heeft Hij ons bestaan willen delen, om door zijn dood de vorst van de dood, de duivel, te onttronen, en te bevrijden hen die door de vrees voor de dood heel hun leven aan onvrijheid onderworpen waren. Want het zijn niet de engelen wier lot Hij zich aantrekt, maar de nakomelingen van Abraham. Vandaar dat Hij in alles aan zijn broeders gelijk moest worden, om als een barmhartig en getrouw hogepriester hun belangen bij God te behartigen en de zonden van het volk uit te boeten. Omdat Hij zelf de proef van het lijden doorstaan heeft, kan Hij allen helpen die beproefd worden.
Woord van de Heer.
Wij danken God.

Alleluia (Ez. 36, 25a.26a)

Alleluia.
Ik zal u met zuiver water besprenkelen en Ik zal u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in u uitstorten.
Alleluia.

Evangelie (Joh. 17, 1-2.9.14-26) - "Omwille van hen wijd Ik Mij aan U, opdat ook zij in waarheid aan U toegewijd mogen zijn."

+ Uit het heilig Evangelie volgens Johannes.
In die tijd sloeg Jezus zijn ogen ten hemel en bad: "Vader, het uur is gekomen. Verheerlijk uw Zoon, opdat de Zoon U verheerlijke. Gij hebt Hem immers macht gegeven over alle mensen om eeuwig leven te schenken aan allen die Gij Hem gegeven hebt. Ik bid voor hen. Niet voor de wereld bid Ik, maar voor hen die Gij Mij gegeven hebt, omdat zij U toebehoren. Ik heb hen uw woord meegedeeld, maar de wereld heeft hen gehaat, omdat zij niet van de wereld zijn, zoals Ik niet van de wereld ben. Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart voor het kwaad. Zij zijn niet van de wereld, zoals Ik niet van de wereld ben. Wijd hen U toe in de waarheid. Uw woord is waarheid. Zoals Gij Mij in de wereld gezonden hebt, zo zend Ik hen in de wereld, en omwille van hen wijd Ik Mij aan U, opdat ook zij in waarheid aan U toegewijd mogen zijn. Niet voor hen alleen bid Ik, maar ook voor hen die door hun woord in Mij geloven, opdat zij allen één mogen zijn zoals Gij, Vader, in Mij en Ik in U: dat ook zij in Ons mogen zijn, opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt. Ik heb hun de heerlijkheid gegeven, die Gij Mij geschonken hebt, opdat zij één zijn zoals Wij één zijn: Ik in hen en Gij in Mij, opdat zij volmaakt één zijn en de wereld zal erkennen, dat Gij Mij hebt gezonden en hen hebt liefgehad, zoals Gij Mij hebt liefgehad. Vader, Ik wil dat zij die Gij Mij gegeven hebt met Mij mogen zijn waar Ik ben, opdat zij mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt, daar Gij Mij lief hebt gehad vóór de grondvesting van de wereld. Rechtvaardige Vader, al heeft de wereld U niet erkend, Ik heb U erkend, en dezen hier hebben erkend dat Gij Mij gezonden hebt. Uw naam heb Ik hun geopenbaard en Ik zal dit blijven doen, opdat de liefde waarmee Gij Mij hebt liefgehad, in hen moge zijn en Ik in hen."
Woord van de Heer.
Wij danken God.

Gebed over de gaven

Heer, moge onze Middelaar Jezus Christus deze gaven voor U aanvaardbaar maken en ons, samen met Hem, aan U opdragen als een offer dat U welgevallig is. Hij die met U leeft...

Prefatie

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Verheft uw hart.
Wij zijn met ons hart bij de Heer.
Brengen wij dank aan de Heer onze God.

Het is passend en goed Hem te danken. Het is waarlijk passend en goed, onze plicht en ons heil, dat wij U altijd en overal danken, Heer, heilige Vader, almachtige, eeuwige God: Gij die uw eniggeboren Zoon door de zalving met de Heilige Geest hebt aangesteld tot Hogepriester van het nieuwe, altijddurende Verbond en in uw onuitsprekelijk raadsbesluit hebt willen vastleggen dat zijn enig priesterschap bewaard zou worden in de Kerk. Het volk dat Gij U verworven hebt, rust Hij immers niet alleen toe met een koninklijk priesterschap, maar ook kiest Hij uit goedheid voor zijn broeders mensen uit om door handoplegging deel te krijgen aan zijn heilig dienstwerk. Hij kiest hen uit om in zijn Naam het offer te hernieuwen tot verlossing van de mensen, om voor uw kinderen het paasmaal aan te richten en uw heilig volk voor te gaan in liefde, te voeden met uw woord en te sterken door uw sacramenten. Hij kiest hen uit om hun leven te geven voor U en voor het heil van hun broeders, te streven naar gelijkvormigheid met het beeld van Christus zelf en standvastig voor U te getuigen van hun geloof en van hun liefde. Daarom, Heer, danken ook wij U met alle engelen en heiligen en zeggen vol vreugde:

Heilig...

Antifoon bij de communie
Zie, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding van de wereld.

Gebed na de communie

Laat ons bidden. Heer, geef ons nieuwe levenskracht door de heilige offergave die wij hebben opgedragen en genuttigd. Laat ons altijd met U verenigd zijn in liefde om vruchten voort te brengen die blijvend zijn. Door Christus, onze Heer. Amen.