Bookmark and Share

31e zondag door het jaar B

eerste lezing (Deut. 6, 2-6)

Uit het boek Deuteronomium.
Mozes sprak tot het volk en zei:
“Vrees de Heer uw God
door al zijn voorschriften en geboden na te komen,
die ik u opleg.
Luister dan, Israël, en volbreng ze nauwgezet.
Dan zult ge gelukkig zijn
en talrijk worden in het land van melk en honing
dat de Heer, de God van uw vaderen, u heeft beloofd.
Luister, Israël, de Heer is onze God, de Heer alleen!
Gij moet de Heer uw God beminnen met heel uw hart,
met heel uw ziel
en met al uw krachten.
De geboden, die ik u heden voorschrijf,
moet ge in uw hart prenten.”
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.

tussenzang (Ps. 18/17)

Refrein:
Heer, U heb ik lief, mijn sterkte zijt Gij,
mijn toevlucht, mijn burcht, mijn bevrijder.

Heer, U heb ik lief, mijn sterkte zijt Gij,
mijn toevlucht, mijn burcht, mijn bevrijder.

Mijn God, de rots waar ik toevlucht vind,
mijn schild, mijn behoud en bescherming.

Wanneer ik de Heer aanroep, Hij zij geprezen,
dan doet geen vijand mij kwaad.

Want golven van doodsgevaar sloten mij in,
een stortvloed van onheil maakte mij angstig.

De Heer zij geprezen, gezegend mijn rots,
verheerlijkt zij God, mijn verlosser.

Want Gij hebt uw koning de zege geschonken,
uw gunsten bewezen aan uw gezalfde.

tweede lezing (Hebr. 7, 23-28)

Uit de brief aan de Hebreeën.
Broeders en zusters,
in het eerste verbond moesten meerderen priester worden,
omdat de dood hen belet in functie te blijven;
maar Jezus’ priesterschap is onvergankelijk,
omdat Hij in eeuwigheid blijft.
Daarom is Hij ook in staat hen voor altijd te redden
die door zijn tussenkomst God naderen,
daar Hij altijd leeft om voor hen te pleiten.
Zulk een hogepriester hadden wij ook nodig;
een die heilig is, schuldeloos, onbesmet,
afgescheiden van de zondaars,
hoog verheven boven de hemelen.
Hij hoeft ook niet, zoals de hogepriesters,
elke dag opnieuw eerst voor zijn eigen zonden offers op te dragen
en daarna voor die van het volk,
want dit heeft Hij eens voor al gedaan,
toen Hij zichzelf ten offer bracht.
De wet stelt als hogepriester mensen aan, met zwakheid behept;
maar de eed, die uitgesproken is ná de wetgeving,
wijst de Zoon aan, die volmaakt is in eeuwigheid.
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.

vers voor het evangelie (Joh. 14, 6)

Alleluia.
Ik ben de weg, de waarheid en het leven, zegt de Heer.
Niemand komt tot de Vader tenzij door Mij.
Alleluia.

evangelie (Mc. 12, 28b-34)

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus.
Lof zij U, Christus.

In die tijd trad een schriftgeleerde op Jezus toe
en legde Hem de vraag voor:
“Wat is het allereerste gebod?”
Jezus antwoordde:
“Het eerste is:
Hoor, Israël!
De Heer onze God is de enige Heer.
Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart,
geheel uw ziel, geheel uw verstand en geheel uw kracht.
Het tweede is:
Gij zult uw naaste beminnen als uzelf.
Er is geen ander gebod voornamer dan die twee.”
Toen zei de schriftgeleerde tot Hem:
“Juist, Meester, terecht hebt Ge gezegd:
Hij is de enige, en er bestaat geen andere buiten Hem;
en Hem beminnen met heel zijn hart,
heel zijn verstand en heel zijn kracht
en de naaste beminnen als zichzelf,
dat gaat boven alle brand- en slachtoffers.”
Omdat Jezus zag dat hij wijs gesproken had, zei Hij hem:
“Gij staat niet ver af van het Koninkrijk Gods.”
En niemand durfde Hem nog een vraag stellen.
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.