Bookmark and Share

18 oktober - H. Lucas, evangelist - feest

eerste lezing (2 Tim. 4, 9-17a)

Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan Timóteüs.
Dierbare, doe uw best om spoedig bij mij te komen. Demas gaf de voorkeur aan de wereld en heeft mij in de steek gelaten. Hij is naar Tessalonica vertrokken, Crescens naar Galatië, Titus naar Dalmatië. Alleen Lucas is bij me. Ga Marcus halen en neem hem met u mee; ik kan hem goed gebruiken voor het werk. Tychikus heb ik naar Éfeze gezonden. Als gij komt, breng dan de mantel mee, die ik in Troas bij Karpus heb laten liggen, en ook de boeken, vooral de perkamenten. Alexander, de koperslager, heeft mij veel kwaad berokkend. De Heer zal hem vergelden naar zijn werken. Neem ook gij u voor hem in acht, want hij heeft onze woorden heftig bestreden. Bij mijn eerste verdediging heeft niemand mij bijgestaan, allen hebben mij in de steek gelaten. Moge het hun niet worden aangerekend. Maar de Heer heeft mij terzijde gestaan en mij kracht gegeven om mijn ambt als prediker van het evangelie ten einde toe te vervullen, zodat alle volken ervan horen.
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.

tussenzang (Psalm 145/144)

Refrein:
De heiligen, Heer, verkondigen uw roem.

Uw werken zullen U prijzen, Heer, uw vromen zullen U loven. Zij roemen de glorie van uw heerschappij, uw macht verkondigen zij.

Zij maken uw kracht aan de mensen bekend, de pracht van uw koninkrijk. Uw rijk is een rijk voor alle eeuwen, uw heerschappij geldt voor ieder geslacht.

De Heer is rechtvaardig op al zijn wegen, en heilig in al wat Hij doet.
Nabij is de Heer voor elk, die Hem aanroept, voor elk die oprecht tot Hem bidt.

vers voor het evangelie (Joh. 15, 16)

Alleluia. Ik heb u uitgekozen en Ik heb u de taak gegeven op tocht te gaan en vruchten voort te brengen die blijvend mogen zijn. Alleluia.

evangelie (Lc. 10, 1-9)

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas.
Lof zij U, Christus.

In die tijd wees de Heer tweeënzeventig leerlingen aan en zond hen twee aan twee voor zich uit naar alle steden en plaatsen waarheen Hij zelf van plan was te gaan. Hij sprak tot hen: “De oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig. Vraagt daarom de Heer van de oogst arbeiders te sturen om te oogsten. Gaat dan, maar zie, Ik zend u als lammeren onder de wolven. Neemt geen beurs mee, geen reiszak, geen schoeisel en groet niemand onderweg. In welk huis ge ook binnengaat, laat uw eerste woord zijn: Vrede aan dit huis! Woont daar een vredelievend mens dan zal uw vrede op hem rusten; zo niet dan zal hij op u terugkeren. Blijft in dat huis en eet en drinkt wat zij u aanbieden want de arbeider is zijn loon waard. Gaat niet van het ene huis naar het andere; in elke stad waar ge binnengaat en ontvangen wordt, eet wat u wordt voorgezet, geneest de zieken, die er zijn en zegt tot hen: Het Rijk Gods is u nabij.”
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.