Bookmark and Share

29 augustus, Marteldood van de heilige Johannes de Doper, gedachtenis

eerste lezing (Jer. 1, 17-19)

Uit de Profeet Jeremia.
In die dagen kwam het woord van de Heer tot mij: „Omgord uw lenden; sta op en zeg tot het volk alles wat Ik u opdraag. Laat u door hen niet afschrikken; anders jaag Ik u voor hun ogen de schrik op het lijf. Ikzelf maak u heden tot een versterkte stad, een ijzeren zuil, een koperen muur tegenover het hele land, voor de koningen en edelen van Juda, de priesters en de burgers van het land. Zij zullen u bestrijden, maar niets tegen u vermogen. Want Ik ben bij u om u te redden."
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.

tussenzang (Ps. 71/70)

Refrein: Ik zal uw rechtvaardigheid prijzen.

Tot U, Heer, neem ik mijn toevlucht, stel mij toch nimmer teleur. Gij zijt rechtvaardig, red en bevrijd mij, luister en kom mij te hulp.

Wees mij een vluchtoord, een veilige plaats; mijn rots en mijn burcht zijt Gij altijd geweest. Bevrijd mij, mijn God, uit de handen der zondaars, de vuist die mij wreed omklemt.

Want Gij, mijn God, Gij zijt mijn verwachting, mijn hoop zijt Gij, Heer, sinds mijn vroegste jeugd. Vanaf de moederschoot steun ik op U, Gij waart mijn beschermer sinds mijn geboorte, op U heb ik altijd vertrouwd.

Ik zal uw rechtvaardigheid prijzen, uw bijstand de hele dag. Van jongsaf heb ik het ondervonden, en nu nog prijs ik uw daden.

vers voor het evangelie (Mt. 5, 10)

Aleluia. Zalig die vervolgd worden om de gerechtigheid, want hun behoort het Rijk der hemelen. Alleluia.

evangelie (Mc. 6, 17-29)

De Heer zij met u.
En met uw Geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus.
Lof zij U, Christus.

In die tijd had Herodes Johannes laten grijpen en in de gevangenis in boeien geslagen omwille van Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus, want hij had haar tot vrouw genomen. Johannes had immers tot Herodes gezegd: „Het is u niet geoorloofd de vrouw van uw broer te hebben." Herodias was daarom op hem gebeten en wilde hem doden, maar zij kreeg geen kans want Herodes had ontzag voor Johannes. Hij wist dat hij een rechtschapen en heilig man was en nam hem in bescherming. Telkens wanneer hij hem gehoord had verkeerde hij in tweestrijd maar toch luisterde hij graag naar hem. Er kwam echter een gunstige dag, toen Herodes bij zijn verjaardag een maaltijd aanrichtte voor zijn hoogwaardigheidsbekleders, zijn hoofdofficieren en de vooraanstaanden van Galilea. De dochter van Herodias trad op met een dans en zij beviel aan Herodes en zijn tafelgenoten. De koning zei tot het meisje: „Vraag me wat je wilt en ik zal het je geven." En hij bevestigde haar met een eed: „Wat je me ook vraagt, ik zal het je geven al is het de helft van mijn koninkrijk." Zij ging naar buiten en vroeg aan haar moeder: „Wat zou ik vragen?" Deze antwoordde: „Het hoofd van Johannes de Doper." Zij haastte zich naar binnen, naar de koning en zei hem haar verlangen: „ Ik wil dat u mij op staande voet op een schotel het hoofd van Johannes de Doper geeft." Dit deed de koning leed, maar om zijn eed gestand te doen en ook wegens zijn tafelgenoten wilde hij haar niet afwijzen. Terstond stuurde de koning dus een lijfwacht en gelastte hem het hoofd van Johannes te brengen. De man ging en onthoofdde hem in de gevangenis. Hij bracht het hoofd op een schotel en gaf het aan het meisje; het meisje gaf het weer aan haar moeder. Toen zijn leerlingen er van gehoord hadden kwamen ze zijn lijk halen en legden het in een graf.
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.