Bookmark and Share

negende week door het jaar 2, donderdag

eerste lezing (2 Tim. 2, 8-15)

Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan Timóteüs.
Dierbare, houd Jezus Christus in gedachten, Davids Nazaat, die uit de dood is opgestaan. Zo luidt de boodschap, die ik verkondig en waarvoor ik zelfs als een misdadiger gevangenschap heb te lijden. Maar het woord van God laat zich niet in boeien slaan. Daarom ben ik bereid alles te verdragen, terwille van de uitverkorenen, opdat ook zij het heil verwerven in Christus Jezus en eeuwige heerlijkheid. Hoe waar is dit woord: “Als wij met Hem gestorven zijn, zullen wij met Hem leven. Als wij volharden, zullen wij met Hem heersen. Als wij Hém verloochenen, zal Hij óns verloochenen. Als wij ontrouw zijn, blijft Hij trouw: zichzelf verloochenen kan Hij niet.” Houd niet op de gelovigen dit alles in herinnering te brengen en bezweer hen bij God woordentwisten te vermijden, die nergens toe dienen dan tot verderf van de hoorders. Doe uw best uzelf deugdelijk te betonen voor God, als een arbeider, die zich niet hoeft te schamen; spreek het woord van de waarheid rechtuit.
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.

tussenzang (Ps. 25/24)

Refrein:
Wijs mij uw wegen, Heer, leer mij uw paden kennen.

Wijs mij uw wegen, Heer, leer mij uw paden kennen. Leid mij volgens uw woord, want Gij zijt mijn God en Verlosser.

De Heer is goed en rechtschapen, daarom wijst Hij zondaars de weg. Hij leidt de geringe langs eerzame paden, Hij leert de eenvoudige wat hij moet doen.

De wegen van God zijn goed en betrouwbaar voor ieder, die zijn verbond onderhoudt. Een vriend is de Heer voor hen, die Hem vrezen, Hij toont hen de waarde van zijn verbond.

vers voor het evangelie (Hebr. 4, 12)

Alleluia. Het woord van God is levend en krachtig, en het dringt door tot het raakpunt van ziel en geest. Alleluia.

evangelie (Mc. 12, 28b-34)

De Heer zij met u.
En met uw Geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus.
Lof zij U, Christus.

In die tijd trad een schriftgeleerde op Jezus toe en legde hij Hem de vraag voor: “Wat is het allereerste gebod ?” Jezus antwoordde: “Het eerste is Hoor, Israël! De Heer onze God is de enige Heer. Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel, geheel uw verstand en geheel uw kracht. Het tweede is dit: Gij zult uw naaste beminnen als uzelf. Er is geen ander gebod voornamer dan deze twee.” Toen zei de schriftgeleerde tot Hem: “Juist, Meester, terecht hebt Ge gezegd: Hij is de enige en er bestaat geen andere buiten Hem; en Hem beminnen met heel zijn hart, heel zijn verstand en heel zijn kracht en de naaste beminnen als zichzelf, dat gaat boven alle brand- en slachtoffers.” Omdat Jezus zag dat hij wijs gesproken had, zei Hij hem: “Gij staat niet ver af van het Koninkrijk Gods.” En niemand durfde Hem nog een vraag te stellen.
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.