Bookmark and Share

zevende week door het jaar 2, maandag

eerste lezing (Jak. 3, 13-18)

Uit de brief van de heilige apostel Jakobus.
Broeders en zusters, als iemand onder u voor wijs en verstandig wil doorgaan, moet hij deze pretentie waar maken door een voortreffelijke levenswandel, door daden van wijsheid en zachtmoedigheid. Maar als ge in uw hart bittere naijver en eerzucht koestert, laat dan die grootspraak achterwege, die in strijd is met de waarheid. Dié wijsheid komt niet van boven, ze is aards, ongeneeslijk, ja, duivels. Want waar naijver en eerzucht heersen, daar treft men ook onrust aan en allerlei minderwaardige praktijken. De wijsheid van omhoog is vóór alles rein, maar ook vredelievend, vriendelijk, altijd voor rede vatbaar, rijk aan barmhartigheid en vruchten van goede daden, onpartijdig en oprecht. Gerechtigheid is een vrucht van de vrede en slechts wie de vrede nastreven zullen haar oogsten.
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.

tussenzang (Ps. 19/18)

Refrein:
Rechtmatig zijn de bevelen des Heren.

De wet van de Heer is volkomen, zij sterkt de onzekere geest. Zijn voorschriften zijn betrouwbaar, onwetenden maken zij wijs.

Rechtmatig zijn al zijn bevelen, bevredigend voor het gemoed. Glashelder zijn zijn geboden, zij zijn een licht voor het oog.

Het woord van de Heer is eerlijk, het blijft in eeuwigheid waar. Zijn uitspraken zijn waarachtig, rechtvaardig in iedere zaak.

Laat al mijn spreken en denken voor U aanvaardbaar zijn, Heer, voor U, mijn rots en verlosser.

vers voor het evangelie (Joh. 10, 27)

Alleluia. Mijn schapen luisteren naar mijn stem, zegt de Heer; en Ik ken ze en zij volgen Mij. Alleluia.

evangelie (Mc. 9, 14-29)

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus.
Lof zij U, Christus.

Toen Jezus, na de gedaanteverandering op de berg, weer bij de leerlingen kwam, zag Hij een grote menigte om hen heen staan, waaronder ook schriftgeleerden, die met de leerlingen redetwistten. Zodra al die mensen Hem opmerkten, waren ze verrast en liepen Hem tegemoet om Hem te begroeten. Hij vroeg hun: “Waarom twist ge met hen?” Een uit de menigte gaf Hem ten antwoord: “Meester, ik heb mijn zoon naar U toe gebracht, omdat hij in de macht is van een stomme geest. En waar deze hem overweldigt, werpt hij hem tegen de grond en de jongen krijgt het schuim op de lippen, knarsetandt en wordt helemaal stijf. Nu heb ik uw leerlingen gevraagd hem uit te drijven, maar die hadden er de kracht niet toe.” Jezus gaf ten antwoord: “O ongelovig geslacht, hoe lang moet Ik nog bij u zijn, hoe lang nog u verdragen? Brengt de jongen bij Mij.” Ze brachten hem naderbij, maar zodra de geest Jezus zag, liet hij de jongen stuipen krijgen; deze viel neer en rolde over de grond met het schuim op de lippen. Jezus vroeg aan de vader: “Hoe lang heeft hij dit al?” Deze antwoordde: “Van zijn kinderjaren af. De geest heeft hem ook al dikwijls in het vuur en in het water geworpen om hem te doden. Maar als Gij iets kunt doen, heb dan medelijden en help ons.” Jezus antwoordde hem: “Wat dat kunnen betreft: alles kan voor wie gelooft.” Ogenblikkelijk riep de vader van de jongen uit: “Ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp!” Toen Jezus zag dat de mensen te hoop liepen, gebood Hij op strenge toon aan de onreine geest: “Stomme en dove geest, Ik gelast je, ga uit hem weg en kom nooit meer in hem terug.” Onder geschreeuw en hevige stuiptrekkingen ging hij uit hem weg; de jongen zag eruit als een lijk, zodat de meesten dachten dat hij dood was. Maar Jezus vatte hem bij de hand en richtte hem op; en hij kwam overeind. Toen Jezus thuis gekomen was en zijn leerlingen met Hem alleen waren, vroegen zij: “Waarom hebben wij hem niet kunnen uitdrijven?” Hij antwoordde hun: “Dit soort kan door niets anders uitgedreven worden dan door bidden en vasten.”
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.