Bookmark and Share

zesde week door het jaar 2, maandag

eerste lezing (Jak. 1, 1-11)

Begin van de brief van de heilige apostel Jakobus.
Jakobus, dienstknecht van God en de Heer Jezus Christus, groet de twaalf stammen in de Verstrooiing. Broeders en zusters, acht uzelf heel gelukkig, wanneer u allerlei beproevingen overkomen, want gij weet dat zulk een beproeving van uw geloof, standvastigheid voortbrengt; en de standvastigheid moet zich ten volle verwerkelijken, zodat gij volmaakt en onberispelijk zijt en in niets te kort schiet. Schiet iemand van u te kort in wijsheid, dan moet hij haar vragen aan God en zij zal hem gegeven worden, want God geeft aan allen zonder voorbehoud en zonder verwijt. Maar hij moet wel bidden met vertrouwen, zonder te weifelen. Wie weifelt, lijkt op de golven van de zee, die door de wind heen en weer geslingerd worden. Zo iemand, innerlijk verdeeld als hij is en ongestadig in heel zijn gedrag, moet niet menen, dat hij iets van de Heer zal verkrijgen. De arme christen moet trots zijn op zijn hoge stand en de rijke op zijn geringheid! Want de rijke zal vergaan als een bloem in het gras. De zon komt op met haar verzengende hitte; zij doet het gras verdorren, de bloem valt af en heel haar luister is verdwenen. Zo vergaat het ook de rijke: midden in zijn ondernemingen zal hij verwelken.
Woord van de Heer.
Wij danken God.

tussenzang (Ps. 119/118)

Refrein:
Door uw barmhartigheid, Heer, moge ik leven.

Voordat ik vernederd werd, was ik in dwaling, maar nu houd ik aan uw uitspraken vast. Goedgunstig zijt Gij en goed zijn uw daden; laat mij slechts weten wat Gij beschikt.

De kwelling was mij een weldaad: zo leerde ik wat Gij beschikt. De wet uit uw mond is mij meer waard, dan schatten van zilver en goud.

Rechtvaardig is wat Gij bepaalt, Heer, ik weet het, Gij hebt mij terecht gestraft; maar laat uw erbarmen mij nu vertroosten, zoals Gij uw dienaar eens hebt beloofd.

vers voor het evangelie (cf. Lc. 8, 15)

Alleluia. Zalig zij, die het Woord Gods dat zij hoorden in een goed en edel hart bewaren, en vrucht voortbrengen door hun standvastigheid. Alleluia.

evangelie (Mc. 8, 11-13)

De Heer zij met u.
En met uw Geest
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus.
Lof zij U, Christus.

In die tijd daagden de Farizeeën op en begonnen met Jezus te redetwisten. Om Hem op de proef te stellen verlangden ze van Hem een teken uit de hemel. Hij slaakte een zucht uit het diepste van zijn hart en zei: “Wat verlangt dit geslacht toch een teken? Voorwaar, Ik zeg u: in geen geval zal aan dit geslacht een teken gegeven worden”. Hij liet hen staan, stapte weer in de boot en keerde naar de overkant terug.
Woord van de Heer.
Wij danken God.