Bookmark and Share

zesde week door het jaar 2, dinsdag

eerste lezing (Jak. 1, 12-18)

Uit de brief van de heilige apostel Jakobus.
Broeders en zusters, zalig de mens, die standhoudt in de beproeving. Heeft hij de toets doorstaan, dan zal hij de zegekrans van het leven ontvangen, die God beloofd heeft aan wie Hem liefhebben. Niemand mag zeggen als hij bekoord wordt: “Ik word door Gods toedoen bekoord.” God brengt niemand in verzoeking, zo min als Hijzelf door het kwade kan worden bekoord. Wordt iemand bekoord, dan is het altijd door het trekken en lokken van zijn eigen begeerte. Daarna, als de begeerte bevrucht is, baart zij de zonde en de zonde, eenmaal volgroeid, baart de dood. Geliefde broeders en zusters, laat u niet misleiden: elke goede gave, elk volmaakt geschenk, daalt neer van boven, van de Vader der hemellichten, bij wie geen verandering is of verduistering door omwenteling. Uit vrije wil heeft Hij ons het leven geschonken door het woord der waarheid, zodat wij in zekere zin de eerstelingen onder zijn schepselen zijn.
Woord van de Heer.
Wij danken God.

tussenzang (Ps. 94/93)

Refrein:
Gelukkig de man, die Gij wijsheid geeft, Heer.

Gelukkig de man, die Gij wijsheid geeft, Heer, die Gij in uw wet onderwijst. Na kwade dagen geeft Gij hem rust.

Want nooit zal de Heer zijn volk verstoten, zijn erfdeel geeft Hij niet op. Eens zullen de rechters rechtvaardig beslissen en alle rechtvaardigen vallen het bij.

Wanneer ik reeds denk: nu struikel ik zeker, dan houdt uw genade, Heer, mij overeind. Wanneer in mijn hart de zorgen drukken, dan beurt uw vertroosting mij op.

vers voor het evangelie (Joh. 6, 64b.69b)

Alleluia. Uw woorden, Heer, zijn geest en leven; uw woorden zijn woorden van eeuwig leven. Alleluia.

evangelie (Mc. 8, 14-21)

De Heer zij met u.
En met uw geest.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus.
In die tijd hadden de leerlingen vergeten brood mee te nemen, zodat zij niet meer dan één brood bij zich in de boot hadden. Toen gaf Jezus hun deze waarschuwing: “Let op, wacht u voor het zuurdeeg van de Farizeeën en het zuurdeeg van Herodes!” Zij spraken daarover onder elkaar: “Dat zegt Hij, omdat we geen brood hebben.” Maar Hij bemerkte het en sprak: “Wat bespreekt ge daar onderling? Dat Ik dit gezegd heb, omdat ge geen brood hebt? Begrijpt en verstaat ge het dan nog niet? Is uw geest dan zo verblind? Ge hebt toch ogen: ziet ge dan niets? Ge hebt toch oren: hoort ge dan niets? En herinnert ge u niet hoeveel korven vol brokken gij hebt opgehaald, toen Ik voor de vijfduizend, die vijf broden heb gebroken?” Zij antwoordden Hem: “Twaalf.” En hoeveel manden vol brokken hebt gij opgehaald, toen met die zeven voor de vierduizend?” En zij antwoordden: “Zeven.” Daarop zei Hij hun: “Begrijpt ge het dan nog niet?”
Woord van de Heer.
Wij danken God.