Bookmark and Share

vierendertigste week door het jaar 2, donderdag

eerste lezing (Apok. 18, 1-2.21-23; 19, 1-3.9a)

Uit de Openbaring van de heilige apostel Johannes.
Ik, Johannes, zag een andere engel van de hemel neerdalen. Hij had groot gezag en de aarde straalde van zijn heerlijkheid. En hij riep met krachtige stem: “Gevallen, gevallen is Babylon, de grote Stad! Zij werd een woonoord voor demonen, een schuilplaats voor allerlei onreine geesten en voor alle soort van onrein en verfoeilijk gevogelte.” Toen hief een sterke engel een steen als een grote molensteen op en hij wierp hem in de zee en zei: “Zo zal Babylon, de grote Stad, worden weggeslingerd en nooit meer worden teruggevonden. En de klank van harpenaars en zangers, van fluitspelers en trompetters zal nooit meer in u worden gehoord, en geen beoefenaar van enig ambacht wordt in u nog gevonden. En het geluid van de molen wordt in u niet meer gehoord, en het licht van de lamp zal in u niet meer schijnen, en de stem van bruidegom en bruid zal niemand meer in u horen. Want uw kooplieden waren de vorsten der aarde en door uw toverkunsten werden alle volken verleid.” Wat ik daarna hoorde, was als de machtige stem van een grote menigte in de hemel. En zij riepen: “Alleluia! Het heil en de eer en de macht zijn van onze God, want waarachtig en rechtvaardig zijn zijn oordelen. Hij sprak het oordeel over de grote Hoer, die met haar hoererij de aarde ten verderve voerde. Hij heeft het bloed van zijn dienstknechten aan haar gewroken.” En andermaal riepen zij: “Alleluia! Haar rook stijgt op in de eeuwen der eeuwen.” En de engel zei tot mij: “Schrijf op: Zalig zij die genodigd zijn tot het bruiloftsmaal van het Lam.”
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.

tussenzang (Ps. 100/99)

Refrein:
Zalig zij die genodigd zijn tot het bruiloftsmaal van het Lam (Apok.
19, 9a).

Juicht voor de Heer, alle landen, dient met blijdschap de Heer. Treedt onbezorgd voor zijn Aanschijn waarlijk, de Heer is God.

Hij is de Schepper en Meester, wij zijn kudde, zijn volk. Trekt met een lied door zijn poorten, komt in zijn voorhof met zang.

Zegent zijn Naam en eert Hem, Hij is ons goed gezind. Eindeloos is zijn erbarmen, trouw van geslacht op geslacht.

vers voor het evangelie (Apok. 2, 10c)

Alleluia. Wees getrouw tot de dood, zegt de Heer, en Ik zal u de kroon des levens geven. Alleluia.

evangelie (Lc. 21, 20-28)

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas.
Lof zij U, Christus.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Wanneer gij Jeruzalem door legers omsingeld ziet, weet dan dat zijn verwoesting nabij is. Laten dan de mensen in Judea naar de bergen vluchten; die in de stad zijn eruit trekken en die op het land vertoeven de stad niet binnengaan: dagen van wraak zijn het waarop alles wat geschreven staat vervuld wordt. Wee de zwangeren en zogenden in die dagen. Want er zal grote nood komen over het land en strafgericht over dit volk. Sommigen zullen vallen door het verslindende zwaard, anderen als gevangenen onder alle volkeren worden verstrooid. Jeruzalem zal door de heidenen vertrapt worden, totdat de tijd van de heidenen vervuld is. Er zullen tekenen zijn aan zon, maan en sterren en op de aarde zullen volkeren in angst verkeren, radeloos door het gebulder van de onstuimige zee. De mensen zullen het besterven van schrik, in spanning om wat de wereld gaat overkomen, want de hemelse heerscharen zullen in verwarring geraken. Dan zullen zij de Mensenzoon zien komen op een wolk, met macht en grote heerlijkheid. Wanneer zich dit alles begint te voltrekken richt u dan op en heft uw hoofden omhoog want uw verlossing komt nabij.”
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.