Bookmark and Share

eenendertigste week door het jaar 2, zaterdag

eerste lezing (Fil. 4, 10-19)

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Filippi.
Broeders en zusters, ik heb er mij in de Heer bijzonder over verheugd, dat uw genegenheid voor mij eindelijk de kans heeft gekregen zich te uiten, het ontbrak u niet aan de goede wil, maar aan de gunstige gelegenheid. Ik zeg dit niet, omdat ik tekort kom, want ik heb geleerd in alle omstandigheden mijzelf genoeg te zijn. Ik weet wat armoede is, ik weet wat overvloed is. Ik ben volledig ingewijd; ik kan volop eten en ik kan honger lijden, ik ben vertrouwd met overvloed en met gebrek. Alles vermag ik in Hem, die mij kracht geeft. Toch hebt gij er goed aan gedaan mij te helpen in mijn moeilijkheden. Gij weet het zelf ook wel, Filippiërs: bij mijn vertrek uit Macedonië, in het begin van mijn evangelieprediking, heeft geen enkele gemeente met mij een lopende rekening geopend, behalve de uwe. Reeds in Tessalonica hebt gij mij tot tweemaal toe gestuurd wat ik nodig had. Niet dat het mij om uw giften te doen is; wat ik zoek is uw eigen voordeel, het steeds aangroeiend tegoed op uw rekening! Al wat mij toekwam heb ik al ontvangen en meer dan dat. Ik heb volop, dankzij Epafrodítus, die mij uw gaven heeft overgebracht. Die zijn voor God een welriekende geur, een aangename en welgevallige offerande. En mijn God zal met goddelijke rijkdom in al uw noden voorzien door u de heerlijkheid te schenken in Christus Jezus.
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.

tussenzang (Ps. 112/111)

Refrein:
Gelukkig de man, die ontzag heeft voor God.
Of: Alleluia.

Gelukkig de man, die ontzag heeft voor God, die vreugde vindt in zijn geboden. Zijn kroost zal machtig zijn in het land, gezegend zal zijn het geslacht van de vrome.

Goed gaat het de man, die weggeeft en leent, die eerlijk zijn zaken behartigt. In eeuwigheid staat de rechtvaardige sterk, men blijft hem voor eeuwig gedenken.

Standvastig en zonder vrees zet hij door; met mildheid deelt hij aan armen uit, hij zal zijn gerechtigheid nooit verliezen.

vers voor het evangelie (Joh. 17, 17b.a)

Alleluia. Uw woord is waarheid, Heer, wijd ons U toe in de waarheid. Alleluia.

evangelie (Lc. 16, 9-15)

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas.
Lof zij U, Christus.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Maakt u vrienden door middel van de onrechtvaardige mammon, opdat zij - wanneer die u komt te ontvallen - u in de eeuwige tenten opnemen. Wie betrouwbaar is in het kleinste, is ook betrouwbaar in het grote, en wie onrechtvaardig is in het kleinste, is ook onrechtvaardig in het grote. Zijt ge dus niet betrouwbaar geweest in de onrechtvaardige mammon, wie zal u dan het waarachtige goed toevertrouwen? Als ge niet betrouwbaar zijt geweest in het beheren van andermans goed, wie zal u dan geven wat gij het uwe kunt noemen? Geen knecht kan twee heren dienen, want hij zal de een haten en de ander liefhebben, ofwel de een aanhangen en de ander verachten. Gij kunt niet God dienen en de mammon.” De Farizeeën, belust op geld als zij waren, hoorden dit alles aan en ze lachten Hem uit. Hij sprak tot hen: “Bij de mensen doet gij uzelf als rechtvaardigen voor, maar God kent uw hart. Waar de mensen naar opzien, is in Gods ogen een gruwel.”
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.