Bookmark and Share

negenentwintigste week door het jaar 2, donderdag

eerste lezing (Ef. 3, 14-21)

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Efeze.
Broeders en zusters, ik buig mijn knieën voor de Vader, naar wie alle vaderschap in de hemel en op aarde genoemd wordt, moge Hij u in zijn onmetelijke heerlijkheid geven, dat uw diepste wezen machtig wordt gesterkt door zijn Geest, dat Christus door het geloof woont in uw hart en dat gij geworteld en gegrondvest blijft in de liefde. Moogt gij in staat zijn, mèt alle heiligen te vatten wat de breedte en lengte en hoogte en diepte is, en te kennen de liefde van Christus, die alle kennis te boven gaat. Moogt gij de volheid bereiken, die de volheid van God zelf is. Aan Hem die, door de kracht welke in ons werkt, bij machte is oneindig meer te volbrengen dan al wat wij kunnen vragen of bevroeden, aan Hem zij de heerlijkheid in de kerk en in Christus Jezus, tot in alle geslachten, van eeuwigheid tot eeuwigheid! Amen.
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.

tussenzang (Ps. 33/32)

Refrein:
De aarde is vol van de mildheid des Heren.

Jubelt, gerechtigen, voor de Heer, wie vroom is dient Hem te loven. Eert dan de Heer met citerspel, en speelt voor Hem op de harp.

Oprecht is immers het woord van de Heer en al wat Hij doet is betrouwbaar. Recht en gerechtigheid heeft Hij lief, de aarde is vol van zijn mildheid.

Eeuwig blijft staan het plan van de Heer, wat Hij heeft beraamd geldt voor alle geslachten. Zalig het volk dat de Heer heeft als God, de natie door Hem tot zijn erfdeel gekozen.

Maar het is God die zijn dienaars bewaakt, hen die op zijn gunst vertrouwen, dat Hij hen redden zal van de dood, bij hongersnood hen zal voeden.

vers voor het evangelie (Fil. 2, 15-16)

Alleluia. Schittert als sterren in het heelal, en houdt vast het woord des levens Alleluia.

evangelie (Lc. 12, 49-53)

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas.
Lof zij U, Christus.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Vuur ben Ik op aarde komen brengen, en hoe verlang Ik dat het reeds oplaait! Ik moet een doopsel ondergaan, en hoe beklemd voel Ik Mij, totdat het volbracht is. Meent gij dat Ik op aarde vrede ben komen brengen? Neen, zeg Ik u, juist verdeeldheid. Want van nu af zullen er vijf in één huis verdeeld zijn, drie zullen er staan tegenover twee en twee tegenover drie: de vader tegenover de zoon en de zoon tegenover de vader; de moeder tegenover de dochter en de dochter tegenover de moeder, de schoonmoeder tegenover haar schoondochter en de schoondochter tegenover de schoonmoeder.”
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.