Bookmark and Share

vijfentwintigste week door het jaar 2, donderdag

eerste lezing (Pred. 1, 2-11)

Uit het Boek Prediker.
IJdelheid der ijdelheden, zegt de Prediker, ijdelheid der ijdelheden en alles is ijdelheid. Wat heeft de mens voor baat bij al het gezwoeg, waarmee hij zich aftobt onder de zon? Er gaat een geslacht en er komt een geslacht en de aarde blijft steeds maar bestaan. De zon komt op, de zon gaat onder en haast zich alweer naar haar plaats, en komt daar weer op en beweegt naar het Zuiden en draait naar het Noorden. En de wind blijft draaien en gaat maar voort en de wind komt terug op zijn kringloop. Alle rivieren stromen de zee in en de zee wordt niet vol. Vanwaar de rivieren zijn uitgegaan, daar keren zij weer om opnieuw te stromen. Al die dingen, voortdurend in werking, vermag de mens niet op te sommen. Het oog raakt niet verzadigd van zien, het oor niet verzadigd van horen. Dat wat er gebeurd is, zal nog eens gebeuren en wat er gedaan is, wordt nog eens gedaan, en er is niets nieuws onder de zon. Zegt men van iets: “Kijk, dat is nieuw!,” dan heeft het al eerder bestaan in de eeuwen, die vóór ons geweest zijn. Aan de mensen van vroeger dacht men niet meer en evenmin blijft een volgend geslacht in herinnering bij hen die weer later komen.
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.

tussenzang (Ps. 90/89)

Refrein:
Gij, Heer, zijt steeds onze toevlucht geweest, voor ieder geslacht opnieuw.

Wat sterfelijk is vergaat weer tot stof, Gij zegt: keer terug, kind van mensen! Voor U zijn duizend jaren één dag, als gisteren dat al voorbij is, een uur van slaap in de nacht.

Ons leven breekt af als een droom in de ochtend, kortstondig is het als gras op het veld. Des morgens ontkiemt het en schiet het op, des avonds is het verwelkt.

Leer ons onze dagen naar waarde te schatten en zo te komen tot wijsheid van hart. Laat af, Heer, hoe lang nog pijnigt Gij ons? wees toch uw dienaars genadig.

Verleen ons van nu af uw rijkste zegen en laat heel ons leven gelukkig zijn. Uw zegen, Heer God, moge over ons waken, bestuur onze handen bij al wat zij doen.

vers voor het evangelie (Hebr. 4, 12)

Alleluia. Het woord van God is levend en krachtig, en het dringt door tot het raakpunt van ziel en geest. Alleluia.

evangelie (Lc. 9, 7-9)

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas.
Lof zij U, Christus.

In die tijd hoorde de viervorst Herodes alles wat Jezus deed en hij wist niet wat hij ervan moest denken. Sommigen immers zeiden: “Johannes is verrezen uit de doden”; anderen: “Elia is verschenen”; en weer anderen: “Een van de oude profeten is opgestaan”. Maar Herodes zei: “Johannes heb ik onthoofd. Wie kan dat zijn over wie ik dergelijke verhalen hoor?” Hij wilde Jezus daarom te zien krijgen.
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.