Bookmark and Share

twintigste week door het jaar 2, maandag

eerste lezing (Ez. 24, 15-24)

Uit de Profeet Ezechiël.
Het woord van de Heer werd tot mij gericht: “Mensenkind, met een plotselinge slag ga Ik u thans de lust van uw ogen ontnemen. Gij moogt echter niet jammeren, gij moogt niet schreien en geen tranen storten. Gij moogt alleen zwijgend zuchten, maar rouwmisbaar moogt ge niet maken. Bind uw hoofddoek om, doe uw schoenen aan uw voeten, bedek niet uw baard en eet niet het brood dat de mensen u brengen.” ‘s Morgens had ik tot het volk gesproken en ‘s avonds stierf mijn vrouw. De volgende morgen deed ik wat mij was opgedragen. Toen vroeg het volk mij: “Wilt gij ons niet eens uitleggen, wat die dingen die ge daar doet, voor ons betekenen?” Ik zei tot hen: “Het woord van de Heer werd tot mij gericht: Zeg aan het volk Israël: Zo spreekt God de Heer: Nu ga Ik mijn heiligdom ontwijden, die sterkte waarop gij zo trots zijt, de lust van uw ogen, het verlangen van uw hart. En uw zonen en dochters, die gij hebt moeten achterlaten, zullen vallen door het zwaard. En dan zult gij moeten doen, wat Ik nu gedaan heb: uw baard niet bedekken, het brood niet eten dat de mensen u brengen, uw hoofddoek om het hoofd dragen en uw schoenen aan uw voeten. Gij moogt dan niet jammeren en niet schreien. Gij zult wegkwijnen om uw schuld en gij zult onder elkander zuchten. Ezechiël zal voor u een teken zijn; wanneer het komt, moet gij juist zo doen als hij gedaan heeft. Dan zult gij erkennen, dat Ik de Heer ben.”
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.

tussenzang (Deut. 32)

Refrein:
De rots die u voortbracht hebt ge verlaten!

De rots die u voortbracht hebt ge verlaten, vergeten de God die u heeft verwekt! De Heer zag het aan en in toorn ontbrand verwierp Hij zijn zonen en dochters.

Hij sprak: mijn gelaat verberg Ik voor hen, Ik wil eens zien hoe dit afloopt. Het is een geslacht dat verdorven is, het zijn onbetrouwbare lieden.

Zij tarten Mij met hun goden van niets, zij tergen Mij met armzalige wezens; dan tart Ik hen ook met een volk van niets, dan terg Ik hen ook met armzalige mensen.

vers voor het evangelie (1 Tess. 2, 13)

Alleluia. Ontvangt het goddelijk woord, niet als een woord van mensen maar - als wat het inderdaad is: het woord van God. Alleluia.

evangelie (Mt. 19, 16-22)

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.
Lof zij U, Christus.

Eens kwam iemand naar Jezus toe om te vragen: “Meester, wat voor goeds moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?” Hij zei hem: “Waarom wilt ge van Mij weten wat goed is? Eén slechts is er goed. Als gij het Leven wilt binnengaan, onderhoud dan de geboden.” “Welke,” vroeg hij? Jezus antwoordde: “De bekende: Gij zult niet doden, gij. zult geen echtbreuk plegen, gij zult niet stelen, gij zult niet vals getuigen, eer uw vader en uw moeder en gij zult uw naaste beminnen als uzelf. “Dat heb ik allemaal onderhouden,” verklaarde de jongeman, “waarin schiet ik nog tekort?” Jezus sprak tot hem: “Wilt ge volmaakt zijn, ga dan naar huis, verkoop wat ge bezit en geef het aan de armen; daarmee zult ge een schat in de hemel bezitten. En kom dan terug om Mij te volgen.” Maar toen de jongeman deze raad hoorde, ging hij ontdaan heen, omdat hij vele goederen bezat.
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.