Bookmark and Share

veertiende week door het jaar 2, zaterdag

eerste lezing (Jes. 6, 1-8)

Uit de Profeet Jesaja.
In het sterfjaar van koning Uzzia zag ik de Heer, gezeten op een hoge en verheven troon; de sleep van zijn kleed bedekte heel de vloer van de tempel. Serafs stonden om Hem heen; ieder met zes vleugels; twee om het aangezicht, twee om de voeten te bedekken, en twee om te vliegen. En zij riepen elkander toe: “Heilig, heilig, heilig, de Heer van de hemelse machten! Heel de aarde is vol van zijn glorie!” Het luide roepen deed de drempels in hun voegen schudden en het heiligdom stond vol rook. Toen riep ik: “Wee mij, ik ben verloren! Want ik ben een mens met onreine lippen en ik woon te midden van een volk met onreine lippen, en toch hebben mijn ogen de koning, de Heer van de hemelse machten gezien!” Maar een van de serafs vloog naar mij toe met een gloeiende kool, die hij met een tang van het altaar had genomen; hij raakte mijn mond daarmee aan en sprak: “Nu dit uw lippen heeft aangeraakt, zijn uw zonden verdwenen, uw misstappen vergeven.” Daarop hoorde ik de Heer zeggen: “Wie moet Ik zenden? Wie zal er voor ons gaan?” En ik antwoordde: “Hier ben ik: zend mij!”
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.

tussenzang (Ps. 93/92)

Refrein:
De Heer is koning, met luister omkleed.

De Heer is koning, met luister omkleed, met macht heeft de Heer zich omgord.

Zo vast als de aarde, onwankelbaar, zo vast staat uw troon door de eeuwen, van eeuwigheid, God, zijt Gij!

Betrouwbaar is alles wat Gij betuigt, uw huis zij heilig in lengte van dagen.

vers voor het evangelie (Ps. 119/118, 27)

Alleluia. Leid mij op de weg van uw bevelen, Heer, dan zal ik uw daden indachtig zijn. Alleluia.

evangelie (Mt. 10, 24-33)

De Heer zij met u.
En met uw Geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.
Lof zij U, Christus.

In die tijd zei Jezus tot zijn apostelen: “De leerling staat niet boven zijn meester en de dienaar niet boven zijn heer. Voor de leerling moet het voldoende zijn behandeld te worden als zijn meester, voor de dienaar als zijn heer behandeld te worden. Als men het hoofd van het huisgezin als Beëlzebub durft noemen, hoeveel te meer dan zijn huisgenoten. Weest niet bang voor hen. Niets is bedekt of het zal onthuld, niets is verborgen of het zal bekend worden. Wat Ik u zeg in het duister, spreekt dat uit in het licht, en wat ge u in het oor hoort fluisteren, verkondigt dat van de daken. Weest niet bevreesd voor hen die wel het lichaam kunnen doden, maar niet de ziel; vreest veeleer Hem die èn ziel èn lichaam in het verderf kan storten in de hel. Verkoopt men niet twee mussen voor een stuiver? En toch zal buiten de wil van uw Vader niet één mus op de grond vallen. Bij u echter is zelfs ieder haar van uw hoofd geteld. Weest dus niet bevreesd; gij zijt toch méér waard dan een zwerm mussen. Ieder die Mij bij de mensen belijdt, hem zal ook Ik als de mijne erkennen bij mijn Vader, die in de hemel is. Maar ieder die Mij zal verloochenen tegenover de mensen, hem zal Ik ook verloochenen tegenover mijn Vader die in de hemel is.”
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.