Bookmark and Share

eenentwintigste week door het jaar 1, woensdag

eerste lezing (1 Tess. 2, 9-13)

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Tessalonica.
Broeders en zusters, gij herinnert u onze moeite en inspanning. Terwijl wij u het evangelie van God verkondigden, hebben wij dag en nacht gewerkt om maar niemand van u tot last te zijn. Met God kunt gij getuigen hoe vroom en rechtschapen en onberispelijk wij ons tegenover u, gelovigen, hebben gedragen. Gij weet het, als een vader hebben wij ieder van u vermaand en aangemoedigd; wij hebben u bezworen een leven te leiden, God waardig, die u roept tot de heerlijkheid van zijn koninkrijk. En daarom danken wij God zonder ophouden, dat gij het goddelijk woord der prediking van ons hebt ontvangen en aanvaard: niet als een woord van mensen, maar als wat het inderdaad is: het woord van God; en het blijft werkzaam in u, die gelooft.
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.

tussenzang (Ps. 139/138)

Refrein:
Gij kent mij, Heer, en Gij doorschouwt mij.

Waar zou ik ooit ontkomen aan uw Geest, waar zou ik mij voor uw gelaat verbergen? Al stijg ik naar de hemel op: daar zijt Gij reeds, al daal ik in het dodenrijk: Gij zijt aanwezig.

Al leen ik ook de vleugels van de dageraad en strijk ik neer aan gene zijde van de zee: ook daar is het uw hand die mij blijft leiden, ook daar houdt Gij mij stevig vast.

En zeg ik: laat het duister mij dan dekken, laat alle licht verzwolgen worden door de nacht: dan zal de duisternis voor U niet donker zijn, de nachten even helder als de dagen; voor U zijn licht en duisternis gelijk.

vers voor het evangelie (1 Tess. 2, 13)

Alleluia. Ontvangt het goddelijk woord, niet als een woord van mensen, maar als wat het inderdaad is: het woord van God. Alleluia.

evangelie (Mt. 23, 27-32)

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.
Lof zij U, Christus.

In die tijd sprak Jezus: “Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars! Gij lijkt op gekalkte graven, die er van buiten wel mooi uitzien, maar van binnen vol zijn met doodsbeenderen en allerhande onreinheid. Zo ziet ook gij van buiten er voor de mensen wel uit als heiligen, maar van binnen zijt gij vol huichelarij en ongerechtigheid. Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars! Gij bouwt de graven van profeten en versiert de grafmonumenten van heiligen en gij zegt: Als wij geleefd hadden in de tijd van onze vaderen, zouden wij niet medeplichtig geweest zijn aan de moord op de profeten! Gij getuigt dus tegen uzelf, dat gij zonen zijt van profetenmoordenaars. Nu dan, maakt gij de maat van uw vaderen maar vol!”
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.