Bookmark and Share

eenentwintigste week door het jaar 1, donderdag

eerste lezing (1 Tess. 3, 7-13)

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Tessalonica.
Broeders en zusters, om u, om uw geloof, zijn wij met troost vervuld bij alle dwang en druk die wij moeten verduren. Wij leven weer op nu blijkt, dat gij stand houdt in de Heer. Hoe kunnen wij Hem naar waarde danken voor u, voor al de blijdschap die gij ons bezorgt voor het aanschijn van onze God? Dag en nacht bidden wij Hem met de grootste vurigheid, dat wij u mogen weerzien en aanvullen wat aan uw geloof nog ontbreekt. Moge Hij, God onze Vader, en onze Heer Jezus ons de weg naar u banen. En u moge de Heer overvloedig doen toenemen in de liefde voor elkaar en voor allen, zoals ook onze liefde uitgaat naar u. Hij sterke uw hart, zodat gij onberispelijk zijt in heiligheid voor het aanschijn van God onze Vader bij de komst van onze Heer Jezus met al zijn heiligen.
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.

tussenzang (Ps. 90/89)

Refrein:
Verleen ons van nu af uw rijkste zegen, Heer, en laat heel ons leven gelukkig zijn.

Wat sterfelijk is vergaat weer tot stof, Gij zegt: keer terug, kind van mensen! Voor U zijn duizend jaren één dag, als gisteren dat al voorbij is, een uur van slaap in de nacht.

Leer ons onze dagen naar waarde te schatten en zo te komen tot wijsheid van hart. Laat af, Heer, hoe lang nog pijnigt Gij ons? Wees toch uw dienaars genadig:

Verleen ons van nu af uw rijkste zegen en laat heel ons leven gelukkig zijn. Uw zegen, Heer God, moge over ons waken, bestuur onze handen bij al wat zij doen.

vers voor het evangelie (Ps. 25/24, 4c.5a)

Alleluia. Leer mij uw paden kennen, Heer; leid mij volgens uw woord. Alleluia.

evangelie (Mt. 24, 42-51)

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.
Lof zij U, Christus.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Weest dus waakzaam, want gij weet niet op welke dag uw Heer komt. Begrijpt dit wel: als de eigenaar van het huis wist op welk uur van de nacht de dief zou komen, zou hij blijven waken en in zijn huis niet laten inbreken. Weest ook gij dus bereid, omdat de Mensenzoon komt op het uur waarop gij het niet verwacht. Wie is dus de trouwe en verstandige knecht, die de heer over zijn dienstvolk heeft aangesteld om hun op tijd het eten te geven? Gelukkig die knecht als de heer bij zijn komst hem daarmee bezig vindt. Voorwaar, Ik zeg u: hij zal hem aanstellen over alles wat hij bezit. Maar is die knecht slecht en zegt hij bij zichzelf: mijn heer blijft nog wel een poosje weg, en begint hij de andere knechten te slaan en eet en drinkt hij met dronkaards, dan zal de heer van die knecht komen op een dag waarop hij het niet verwacht, en op een uur dat hij niet kent; en hij zal hem vierendelen en hem het lot doen delen van de huichelaars. Daar zal geween zijn en tandengeknars.”
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.