Bookmark and Share

twintigste week door het jaar 1, dinsdag

eerste lezing (Recht. 6, 11-24a)

Uit het Boek van de Rechters.
In die dagen kwam de engel van de Heer en zette zich neer onder de terebint van Ofra, die het eigendom was van Joas, uit het geslacht van Abiëzer. Zijn zoon Gideon was juist bezig tarwe uit te kloppen in een perskuip, om niet door de Midjanieten gezien te worden. De engel van de Heer verscheen hem daar en zei: “De Heer is met u, dappere held.” Gideon antwoordde: “Als ik het zeggen mag, Heer: Indien de Heer met ons is, waarom is ons dit alles dan overkomen? Waar zijn de wonderen waarover onze voorvaderen ons verhaald hebben; zij zeiden toch: de Heer heeft ons uit Egypte geleid! Maar nu heeft de Heer ons verstoten en ons aan de Midjanieten overgeleverd.” Toen richtte de Heer zich tot hem en zei: “Trek op tegen de Midjanieten! Gij zijt sterk genoeg om Israël uit hun macht te bevrijden. Ik ben het toch die u zend.” Gideon hernam: “Als ik het zeggen mag, Heer: Hoe zou ik Israël kunnen bevrijden? Mijn geslacht is het armste van heel Manasse en ik ben de jongste van de familie.” Maar de Heer zei: “Ik zal met u zijn; gij zult de Midjanieten verslaan alsof het maar een enkele man was.” Maar Gideon hield aan: “Wees dan zo goed mij een teken te geven, dat Gij het zijt die met mij spreekt. En ga niet weg voor ik terug ben en u een geschenk aanbied.” De Heer antwoordde: “Ik blijf hier tot gij terug zijt.” Gideon ging naar huis, maakte een geitebokje klaar en bakte van een maat meel ongezuurde broden. Hij deed het vlees in een mand en de saus in een kom; die bracht hij naar Hem toe bij de terebint en bood ze aan. De engel van God sprak: “Leg het vlees en de ongezuurde broden daar op dat rotsblok en giet de saus erover uit.” Gideon deed dat. De engel van de Heer raakte met de punt van de stok die Hij in zijn hand had het vlees en de ongezuurde broden aan, en toen laaide er uit het rotsblok een vuur op dat het vlees en de ongezuurde broden verteerde. Nu begreep Gideon dat het de engel van de Heer geweest was. Hij zei: “Wee mij, God, mijn Heer, ik heb oog in oog gestaan met de engel van de Heer.” Maar de Heer verzekerde hem:
“Vrede is uw deel; wees niet bevreesd; gij zult niet sterven.” Toen bouwde Gideon daar een altaar voor de Heer en noemde het de Heer-is-vrede.
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.

tussenzang (Ps. 85/84)

Refrein:
Aanhoren zal ik wat God tot mij zegt, voorzeker een woord van verzoening.

Aanhoren zal ik wat God tot mij zegt, voorzeker een woord van verzoening. Een woord voor zijn volk, voor al wie Hem dient, voor elk die zijn hart voor Hem opent.

Als trouw en erbarmen elkaar tegemoet gaan, als vrede en recht elkander omhelzen; dan zal de trouw uit de aarde ontspruiten, en ziet uit de hemel gerechtigheid neer.

Dan zal de Heer ons zijn zegen schenken en draagt ons land rijke vrucht. Dan zal voor Hem uit gerechtigheid gaan en voorspoed zijn schreden volgen.

vers voor het evangelie (2 Tim. 1, 10b)

Alleluia. Onze Heiland Christus Jezus heeft de dood vernietigd, en onvergankelijk leven doen aanlichten door het evangelie. Alleluia.

evangelie (Mt. 19, 23-30)

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.
Lof zij U, Christus.

In die tijd sprak Jezus tot zijn leerlingen: “Voorwaar, Ik zeg u: voor een rijke is het moeilijk het Rijk der hemelen binnen te gaan. Nog sterker: voor een kameel is het gemakkelijker door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke in het Koninkrijk Gods te komen.” Toen de leerlingen dit hoorden, stonden zij verbijsterd en vroegen: “Wie kan er nu eigenlijk gered worden?” Jezus keek hen aan en zei: “Dit ligt niet in de macht der mensen, maar voor God is alles mogelijk.” Waarop Petrus zei: “Zie, wij hebben alles prijsgegeven om U te volgen. Wat zullen wij dus krijgen?” Jezus sprak tot hen: “Voorwaar, Ik zeg u bij de wedergeboorte, wanneer de Mensenzoon zal gezeten zijn op de troon van zijn heerlijkheid, zult ook gij die Mij gevolgd zijt gezeten zijn op twaalf tronen en heersen over de twaalf stammen van Israël. En ieder die zijn huis, broers of zusters, vader of moeder, vrouw, kinderen of akkers heeft prijsgegeven om mijn Naam, zal het honderdvoudig terugkrijgen en eeuwig leven ontvangen. Veel eersten zullen laatsten en veel laatsten zullen eersten zijn.”
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.