Bookmark and Share

negentiende week door het jaar 1, zaterdag

eerste lezing (Joz. 24, 14-29)

Uit het Boek Jozua
In die tijd sprak Jozua tot het volk: “Vrees dan de Heer en dien Hem oprecht en trouw. Doe de goden weg, die uw voorouders aan de overkant van de Rivier en in Egypte hebben vereerd, en wees dienaren van de Heer. Als gij de Heer niet wilt dienen, kies dan nu wie ge wel dienen wilt: de goden die uw voorouders aan de overkant van de Rivier hebben vereerd, of de goden van de Amorieten, in wier land gij woont. Ik en mijn familie, wij dienen de Heer.” Het volk antwoordde: “Wij denken er niet aan, de Heer te verlaten en andere goden te vereren. De Heer onze God heeft ons en onze vaderen uit Egypte geleid, uit het land van de slavernij. Hij heeft voor onze ogen grote tekenen verricht en ons beschermd op al onze tochten en tegen alle volken, waarmee wij in aanraking kwamen. De Heer heeft al die volken voor ons verdreven, evenals de Amorieten die dit land bewonen. Ook wij willen de Heer dienen, Hij is onze God.” Toen zei Jozua tot het volk: “Gij zult wel niet bij machte zijn de Heer te dienen, want Hij is een heilige God, een jaloerse God, die uw overtredingen en zonden niet vergeeft, maar als ge de Heer verlaat en vreemde goden vereert, zal Hij u met nieuwe rampen treffen en u vernietigen, ondanks de weldaden die Hij u vroeger heeft bewezen. Maar het volk herhaalde: “Toch willen wij de Heer dienen.” Toen zei Jozua tot het volk: “Dan zijt ge zelf getuigen, dat ge voor de dienst van de Heer gekozen hebt.” En zij antwoordden: “Ja, dat zijn wij.” En Jozua hernam: “Doe dan die vreemde goden bij u weg en geef u helemaal aan de Heer, de God van Israël.” En het volk antwoordde: “De Heer onze God willen wij dienen en naar Hem willen wij luisteren.” Zo sloot Jozua op die dag te Sichem een verbond met het volk. Hij bepaalde voor hen wat wet is en recht, en hij schreef alles op in het wetboek van God. Daarop liet hij onder de eik in het heiligdom van de Heer een grote steen oprichten en sprak tot het hele volk: “Deze steen zal tegen ons getuigen, want hij heeft alles gehoord wat de Heer tot ons gesproken heeft. Hij zal tegen u blijven getuigen, zodat gij uw God niet verloochent.” Daarop ontbond Jozua de vergadering en ieder keerde terug naar zijn eigen gebied. Na deze gebeurtenissen stierf Jozua, de zoon van Nun, de dienaar van de Heer, op de leeftijd van honderdentien jaar.
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.

tussenzang (Ps. 16/15)

Refrein:
De Heer is mijn erfdeel, mijn dronk uit de beker.

Behoed mij, God, tot U neem ik mijn toevlucht; Gij zijt mijn Heer, ik. erken het. De Heer is mijn erfdeel, mijn dronk uit de beker, Hij heeft mijn lot in zijn hand.

Ik dank de Heer die mij altijd geleid heeft, Hij spreekt ook des nachts in mijn hart. Steeds houd ik mijn ogen gericht op de Heer, ik val niet, want Hij staat naast mij.

Gij zult mij de weg van het leven wijzen om heel mijn vreugde te vinden bij U, bestendig geluk aan uw zijde.

vers voor het evangelie (1 Tess. 2, 13)

Alleluia. Ontvangt het goddelijk woord, niet als een woord van mensen, maar als wat het inderdaad is: het woord van God. Alleluia.

evangelie (Mt. 19, 13-15)

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.
Lof zij U, Christus.

In die tijd werden er kleine kinderen bij Jezus gebracht, opdat Hij hun de handen zou opleggen en een gebed over hen spreken. Maar bars wezen de leerlingen ze af. Jezus echter zei: “Laat die kinderen toch begaan en verhindert ze niet bij Mij te komen. Want aan hen die zijn zoals zij behoort het Rijk der hemelen.” En nadat Hij hun de handen had opgelegd, vertrok Hij vandaar.
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.