Bookmark and Share

negentiende week door het jaar 1, vrijdag

eerste lezing (Joz. 24, 1-13)

Uit het Boek Jozua.
In die dagen riep Jozua alle stammen van Israël in Sichem bijeen, met de oudsten van Israël, de familiehoofden, de rechters en de schrijvers. Toen zij voor God stonden, richtte Jozua zich tot het volk en sprak: “Zo spreekt de Heer, de God van Israël: uw voorouders, Terach, de vader van Abraham en de vader van Nachor, hebben vroeger aan de overkant van de Rivier gewoond. Daar vereerden zij andere goden. Maar op mijn bevel trok uw vader Abraham daar weg en doorkruiste hij heel Kanaän. Ik gaf hem een talrijk nageslacht en schonk hem Isaäk. Aan Isaäk schonk Ik Jakob en Esau. Esau gaf Ik het bergland van Seïr in bezit; Jakob en zijn zonen trokken naar Egypte. Toen zond Ik Mozes en Aäron en sloeg Ik Egypte met de plagen, waarmee Ik hen teisterde, en leidde u daarna het land uit. Toen Ik uw vaderen uit Egypte leidde en gij bij de zee gekomen waart, achtervolgden de Egyptenaren uw vaderen met wagens en paarden tot aan de Rietzee. Toen uw vaderen tot de Heer riepen, legde Hij een donkere nevel tussen u en de Egyptenaren en joeg de zee over hen heen, die hen overspoelde. Met eigen ogen hebt gij gezien wat Ik in Egypte gedaan heb. Nadat gij lange tijd in de woestijn had doorgebracht, leidde Ik u naar het land van de Amorieten in het Overjordaanse. En toen zij u aanvielen, gaf Ik hen in uw macht, zodat gij hun land in bezit kont nemen; Ik heb hen voor u uitgeroeid. Toen begon Balak, de zoon van Sippor, de koning van Moab, de oorlog tegen Israël. Hij ontbood Bileam, de zoon van Beor, om u te vervloeken. Maar Ik heb niet naar Bileam geluisterd, zodat hij u gezegend heeft. Zo heb Ik u uit de macht van Balak gered. Toen zijt gij de Jordaan overgestoken en bij Jericho gekomen. De burgers van die stad, de Amorieten, de Perizzieten, de Kanaänieten, de Hethieten, de Girgasieten, de Chiwwieten en de Jebusieten voerden oorlog tegen u, maar Ik leverde hen aan u over. Verslagenheid zond Ik voor u uit, die hen - de beide koningen van de Amorieten - voor u verdreef, zonder dat uw zwaard of boog eraan te pas kwam. Zo gaf Ik u een land waarvoor gij niet hebt gezwoegd, woonsteden die gij niet hebt gebouwd, en zo eet gij van wijngaarden en olijfbomen die gij niet hebt geplant.”
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.

tussenzang (Ps. 136/135)

Refrein:
Dankt de Heer om zijn goedheid, want eeuwig is zijn genade.
Of: Alleluia.

Dankt de Heer om zijn goedheid, dankt de God aller goden, want eeuwig is zijn genade.

Hij leidde zijn volk door de zandwoestijn, want eeuwig is zijn genade. Roemrijke koningen heeft Hij verslagen, want eeuwig is zijn genade. Machtige vorsten heeft Hij gedood, want eeuwig is zijn genade.

Hun land heeft Hij hun ontnomen, want eeuwig is zijn genade. Hij gaf het zijn dienaar Israël, want eeuwig is zijn genade. Van al onze vijanden rukt Hij ons los, want eeuwig is zijn genade.

vers voor het evangelie (Kol. 3, 16a.17c)

Alleluia. Het woord van Christus moge in volle rijkdom onder u wonen; dankt God de Vader door Hem. Alleluia.

evangelie (Mt. 19, 3-12)

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.
Lof zij U, Christus.

In die tijd kwamen er Farizeeën naar Jezus toe om Hem op de proef te stellen met de vraag: “Staat het een man vrij zijn vrouw te verstoten, om welke reden dan ook?” Hij gaf hun ten antwoord: “Hebt gij niet gelezen, dat de Schepper in het begin hen als man en vrouw gemaakt heeft en gezegd heeft: Daarom zal de man zijn vader en moeder verlaten om zich te binden aan zijn vrouw en deze twee zullen worden één vlees? Zo zijn zij dus niet langer twee, één vlees als zij geworden zijn. Wat God derhalve heeft verbonden mag een mens niet scheiden.” Zij zeiden Hem: “Waarom heeft Mozes dan voorgeschreven bij het wegzenden van een vrouw een scheidingsbrief te geven?” Hij antwoordde: “Om de hardheid van uw hart heeft Mozes u toegestaan uw vrouwen weg te zenden; aanvankelijk was dit echter niet zo. Ik zeg u dus wie zijn vrouw wegzendt - en dit niet wegens ontucht - en een ander huwt, begaat echtbreuk; en wie een weggezonden vrouw huwt, begaat echtbreuk.” De leerlingen zeiden Hem: “Als de verhouding tussen man en vrouw zó is, kan men beter niet trouwen.” Hij antwoordde: “Niet iedereen kan dit begrijpen, maar alleen zij aan wie het gegeven is. Er zijn onhuwbaren, die zo uit de moederschoot zijn voortgekomen; en er zijn onhuwbaren, die door de mensen zo gemaakt zijn; maar ook zijn er onhuwbaren, die zichzelf onhuwbaar hebben gemaakt omwille van het Rijk der hemelen. Wie bij machte is dit te begrijpen, hij begrijpe het!”
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.