Bookmark and Share

negentiende week door het jaar 1, maandag

eerste lezing (Deut. 10, 12-22)

Uit het Boek Deuteronomium.
Mozes sprak tot het volk: “Welnu dan, Israël: wat verlangt de Heer anders van u dan dat gij Hem vreest en zijn wegen gaat, dat gij Hem bemint en dient met heel uw hart en heel uw ziel, dat gij de geboden van de Heer onderhoudt en de voorschriften, die ik u heden geef? Dan zult gij gelukkig zijn. Zie, aan de Heer uw God behoren de hemel, de hemel der hemelen en de aarde met al wat erop is; maar alleen met uw vaderen heeft de Heer zich verbonden, omdat Hij hen liefhad, en uit alle volken heeft Hij u, hun nakomelingen, uitverkoren. Zo is het heden. Besnijd dan de voorhuid van uw hart en blijf niet langer hardnekkig. De Heer uw God is de god der goden en de heer der heren, de grootste, de machtigste, de verhevenste god, die niemand naar de ogen ziet en die zich niet laat omkopen; die recht doet aan weduwen en wezen, en die aan vreemdelingen zijn liefde bewijst door hun voedsel en kleding te schenken. Ook gij moet de vreemdeling uw liefde bewijzen, want zelf zijt gij vreemdelingen geweest in Egypte. De Heer uw God zult gij vrezen, Hem vereren, Hem aanhangen en bij zijn Naam uw eden afleggen. Hem moet gij loven, die voor u in Egypte zulke grote, indrukwekkende dingen heeft gedaan, zoals gij met eigen ogen hebt gezien. Met zeventig man zijn uw vaderen naar Egypte getrokken en nu heeft de Heer uw God u even talrijk gemaakt als de sterren aan de hemel.”
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.

tussenzang (Ps. 147)

Refrein:
Loof de Heer, Jeruzalem!
Of: Alleluia.

Loof de Heer, Jeruzalem, Sion, verheerlijk uw God! Want Hij heeft uw poorten stevig gegrendeld, uw zonen gezegend binnen uw muur.

Hij laat u in vrede uw akkers bebouwen en voedt u met tarwebloem. Hij zendt zijn bevel uit over de aarde en haastig rept zich zijn woord.

Hij is het die Jakob zijn woord heeft gezonden, zijn wet en geboden voor Israël. Nooit was er een volk dat Hij zo heeft behandeld, geen ander maakt Hij zijn wegen bekend.

vers voor het evangelie (cf. Hand. 16, 14b)

Alleluia. Maak ons hart ontvankelijk, Heer, en dat wij ons richten naar het woord van uw Zoon. Alleluia.

evangelie (Mt. 17, 22-27)

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.
Lof zij U, Christus.

Terwijl zij nog in Galilea bijeen waren sprak Jezus tot zijn leerlingen: “De Mensenzoon zal worden overgeleverd in de handen der mensen, en ze zullen Hem doden, maar op de derde dag zal Hij verrijzen.” Zij werden zeer bedroefd. Toen zij in Kafarnaüm waren aangekomen, kwamen de inners van de tempelbelasting op Petrus af en zeiden: “Betaalt uw Meester de didrachmen niet?” Hij antwoordde: “Welzeker!” Maar toen Petrus het huis binnenging, voorkwam Jezus hem met de woorden: “Wat dunkt u, Simon? Van wie heffen de aardse vorsten tol of belasting, van hun kinderen of van vreemden?” En toen hij antwoordde: “Van vreemden”, zei Jezus tot hem: “Dus de kinderen zijn vrij. Maar toch, om hun geen aanstoot te geven: ga naar het meer, werp uw haak uit en grijp de eerste vis die boven komt; maak zijn bek open en gij zult een stater vinden; betaal daarmee voor Mij en voor u.”
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.